Home Up

Rasstandaard

 

 

Home
Up

De rasstandaard zoals die vandaag de dag gehanteerd wordt door de landen die "verbonden" zijn met de F.C.I., is ontwikkeld in de afgelopen 100 jaar. 

De eerste rasstandaard geschreven en gebruikt om de Lhasa Apso te beoordelen stamt uit begin 1900. Deze standaard sprak nog over Tibetaanse, Bhutaanse of Lhasa Terriër. Deze standaard is gebruikt tot ongeveer 1934 toen hij werd aangepast en werd geaccepteerd door de Engelse Kennelclub. Van 1934 tot de jaren zestig werd er wereldwijd met ongeveer deze standaard gewerkt, de Lhasa Apsos werden dus allemaal ongeveer volgens dezelfde standaard beoordeeld. Vanaf de jaren zestig komt hierin duidelijk verandering en krijgen we een sterke afwijking in de standaards die door verschillende landen worden gebruikt. Deze verschillen zijn tegenwoordig zelfs zo groot dat een Lhasa Apso die volgens de voor Nederland geldende standaard (de F.C.I.-standaard) een perfecte hond is, die voor de volle 100% (bijna onmogelijk, maar neem het voor het gemak even aan) aan deze standaard voldoet, in een ander land met een andere standaard afgekeurd of in ieder geval minder goed bevonden kan worden.

En als we dan ook nog kijken naar fotos van de oorspronkelijk uit Tibet gekomen Lhasa's dan is een opmerking van "goh, da's een heel ander hondje", helemaal niet zo vreemd. Her en der ontstaat dan ook de tendens om te pogen de "oude" types weer terug te fokken. Omdat de Lhasa Apso niet meer uit Tibet geimporteerd kan worden is aanvoer van nieuwe "oude" types niet mogelijk en dan wordt het natuurlijk al gauw heel moeilijk, maar je weet natuurlijk nooit.

In Nederland wordt gewerkt met de rasstandaard van de F.C.I., dit is standaard nummer 227., laatste publicatiedatum 24 maart 2004. De Lhasa Apso hoort in groep 9, de gezelschapshonden, sectie 5, de Tibetaanse rassen en .... we hoeven geen werkproef te doen. 

 

Lhasa Apso

FCI standaard nr. 227

Groep 9; gezelschapshonden

Sectie 5; Tibetaanse honden

Herkomst

Tibet

Patronaat land

Groot-Brittanië

Algemeen uiterlijk

Harmonieus, stevig, zwaar behaard

Gedrag/temperament

Vrolijk en zelfverzekerd. Alert, rustig, maar enigszins afstandelijk naar vreemden

Hoofd

Zwaar behaard hoofd (haar valt over de ogen heen). Flinke snor en baard.

Schedel

Redelijk smalle schedel, terugvallend achter de ogen, niet helemaal plat, maar ook niet geweld of een appelhoofd.           Stop (hoek tussen neus en voorhoofd): matig

Hoofd/gezicht

Neus

zwart

 

Snuit

rechte snuit (niet viekant), ongeveer 4 cm lang, lengte vanaf neus tot stop is ongeveer 1/3 van lengte neuspunt tot achterhoofdsknobbel.

 

Kaak/gebit

Bovenste snijtanden vallen net binnen de onderste snijtanden = omgekeerd schaargebit. Snijtanden staan in een brede,  zo recht mogelijke lijn. Volledig gebit is wenselijk.

 

Ogen

Donker. Middelgroot, frontaal geplaatst, ovaal. Niet groot en bol, ook niet klein en diepliggend. Geen wit zichtbaar onder en boven iris.

 

Oren

Hangend, zwaar bevederd.

Nek

Sterk en gebogen.

Lichaam

De lengte van schouderpunten tot de staartaanzet moet groter zijn dan de schofthoogte. Harmonieus en compact.

 

Rug

Rechte ruglijn

 

Lendenen

Sterk

 

Borstkas

Goed geribd.

Staart

Hoog aangezet, goed over de rug gedragen, maar niet als een handvat. Vaak een knik aan het einde. Goed bevederd.

Ledematen

Voorhand

Rechte voorpootjes, zwaar behaard.

 

Shouders

Goed terugliggend.

 

Achterhand

Goed ontwikkeld, goed gespierd. Goede hoeking.  Zwaar behaard.

 

Spronggewricht

Wanneer bekeken vanachter; parallel en niet te dicht bij elkaar

 

Voeten

Rond, katachtig met stevige kussentjes. Goed bevederd.

Gangwerk/beweging

Vrij en kwiek

Vacht

Haar

Bovenvacht lang, zwaar en recht vallend. Niet wollig of zijdeachtig. Redelijke ondervacht.

 

Kleur

Goud, zand, honing, donker grijs, leigrijs, rook, meerkleurig, zwart, wit of bruin. Alle kleuren gelijkwaardig geaccepteerd.

Grootte

Ideale hoogte: 25,4 cm schofthoogte voor reuen; teefjes iets kleiner.

Fouten

Iedere afwijking van de voorgaande punten dient beschouwd te worden als een fout. De zwaarte waarmee de fout beoordeeld dient te worden dient in exacte proportie te staan tot de mate van invloed en het effect dat de fout heeft op de gezondheid en het welbevinden van de hond.

 

Iedere hond die duidelijk lichamelijke of gedragsmatige afwijkingen vertoont dient te worden gediskwalificeerd

 

Reuen dienen twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels te hebben.  

 
Vragen over de website: abbeyscorner@hotmail.com
Copyright © 2010/2015
Laaste wijzigingen: 21 november, 2010