Strandavonturen van
"de bende van 5"
Mag ik u
even voorstellen: de bende van 5. Deze bende, ook wel roedel genaamd,
bestaat uit (in spreektaal, want daar luisteren ze soms naar) Ep, Ber,
Pets, Roos en Soem. Vijf Lhasa Apsos die de buurt, de stad, het park en
als het even kan het strand proberen onveilig te maken en... het lukt ze
verdraaid nog aan toe ook telkens weer. En toch kan niemand boos op ze
worden, is iedereen steeds weer vertederd als ze als jojo’s tegen je op
proberen te springen om toch vooral maar te laten zien (en voelen) hoe
lief ze zijn.
Vijf,
een bijna magisch getal. Altijd worden er groepjes gevormd, nooit is de
stand gelijk. En ik als “baas” van dit illustere gezelschap denk soms
wel eens: “waar is de uitknop, waar haal je de batterijtjes uit die
wolbalen”, om vervolgens in de lach te schieten als er weer eentje aan
zijn of haar oor door één van de anderen door de kamer wordt gesleept.
Maar juist doordat dit groepje zo’n tomeloze energie heeft is het
prachtig om met ze naar het park te gaan en helemaal super is het om naar
het strand te gaan.
Zo ook
een paar weken geleden, de dag waarop dit avontuur plaatsvond. Het was
prachtig weer. Nog voor 09.00 uur scheen de zon al en dan is het nog
lekker rustig op ons strand. Dus hup de hele meute in de auto, “nee
jongens, achter het netje blijven, niet op de hoedenplank, kom op ga nou
eens van je “zusje”af, we zijn er zo”. Natuurlijk rijd ik veels te
langzaam naar de zin van de dames, Ber ligt rustig, die maakt zich nergens
druk om. De dames wel, al bij de tweede bocht in de weg weten ze naadloos
waar we naar toe gaan en om het hardst willen ze mij dat mededelen, zodat
ik uit pure wanhoop de radio maar aan doe en keihard mee ga zingen.
Waarschijnlijk omdat ik helemaal niet kan zingen, houden ze ineens op en
wordt het rustig achter in de auto, de volumeknop kan weer op
“normaal”. Binnen het kwartier komen we aan op een nog verlaten
parkeerplaats, hetgeen mij een zucht van verlichting doet slaken. Want,
heb je wel eens geprobeerd vijf knettergestoorde Lhasa Apsos die precies
weten wat ze willen en waar ze naar toe willen, rustig uit de auto te
krijgen, netje aan de riem enzo, zodat ze pas op het strand losgelaten
kunnen worden? Juist. Mijn taktiek is dan ook simpel, zelf uit de auto
stappen. Auto op slot en “net doen alsof ik wegga”. Binnen 10 seconden
zitten ze dan alle 5 braaf in gelid op de achterbank, want dat kan toch
niet zo zijn dat vrouwtje juist hier, op deze geweldige plek, hen, de
allerliefste Lhasas van de hele wereld, achterlaat.
Na deze
tactische actie komen we heelhuids aan op het strand en check ik altijd
eerst links en rechts wat er nog meer op het strand is, maar het was nog
helemaal leeg. Tot aan de pier misschien 2 of 3 mensen en aan de andere
kant tot zover als ik kan zien niks, nada, noppes. Dus de riemen kunnen
los. En wat er dan gebeurt is ongelooflijk.
Als een
pijl uit een boog schieten vijf Lhasas met een kilometertje of 50 per uur
(ik overdrijf graag) weg, eerst richting Den Helder, wind in de rug en
scheuren. Ep voorop, gevolgd door Soem en Roos en Pets, Ber volgt op
bescheiden afstand, of wacht... hij haalt in. Maar wat nu, een
uitwijkmanouvre van Roos, Ber knalt er vol op Roos rolt om vier keer, vijf
keer. Bij de zesde buiteling kan ze nog net de staart van Ber te pakken
krijgen die daarom vol in de remmen gaat. Dit alles gaat volledig voorbij
aan Ep die toch zeker al halverwege Den Helder is (nou ja toch zeker 200
meter verder hoor). Dan besluit ik mijn zelfgeleerde fluitsignaal te laten
horen. Als één “man” keert de groep om daarbij prachtige bochten
makend, op twee pootjes half glijdend, rollend en krabbelend mijn richting
op snellend. Bang dat ze mij omver zullen lopen hoef ik niet te zijn. Het
lijkt alsof er een magnetisch veld om mij heen hangt waar ze naadloos
omheen zeilen. Alleen Roos komt even een aai halen, maar schiet dan ook
weer razendsnel weg. Achter Ber aan, want ze heeft nog een appeltje met
hem te schillen.
Onderwijl
zijn Ep en Soem samen bezig met de “hoe krijgen we Pets gek” show.
Steeds sneller rennen ze rondjes waarbij ze heel sneaky steeds iets
dichter in de buurt van de zee komen. Uiteindelijk is het zover. Ep en
Soem rennen recht op de zee af en maken vlak voordat ze erin rennen twee
haarscherpe bocht naar links. Pets is niet zo heel wendbaar, of wellicht
veel te geconcentreerd aan het rennen en ja hoor. Een grote plons en Pets
duikt de golven in. In gedachten hoor ik Ep en Soem gieren van de lach,
maar die zijn allang bezig om Pets koppie onder te krijgen.
Het hele
gezelschap is ondertussen in het water aangekomen. Het is het pierebadje,
maar voor een Lhasa is dat algauw water tot aan de nek. En voor kleintjes
zoals Roos en Pets is dat inderdaad koppie onder. Wat je dan te zien
krijgt is echt met geen pen te beschrijven. De prachtige wolbollen die
vanmorgen vroeg achter in de auto zaten zijn als bij toverslag omgevormd
in kleddernatte druipende slierterige ... tja waar lijken ze eigenlijk nog
op. Een vrolijk geschud op het strand is het gevolg. Ik heb alleen nog
steeds niet begrepen waarom dat schudden nu altijd binnen een straal van 2
meter om mij heen moet gebeuren. Het magnetisch veld dat eerder sterk om
mij heen hing is plotsklaps verdwenen en binnen een mum van tijd ben ik
net zo nat als de vijf “zee”-honden. Voor Ep is het nog niet genoeg. Die heeft
echt plannen om binnenkort solo naar Engeland te gaan. Haar trainingskamp
bestaat uit een paar meter de zee in, blaffen naar de golven, een
vreemdsoortige bocht maken en dan weer terugzwemmen. Zo gauw ze bodem
voelt, maakt ze hele rare sprongen die haar soms boven het water doen
uitkomen. Nadat ze uitgebreid heeft geschudt en in het zand heeft gerold
begint het weer opnieuwe, twee ferme sprongen, stukje zwemmen, draaien,
springen, en weer schudden. En nee, dit stopt niet. Ik heb wel eens een
half uur aan de duinrand gezeten. Wachtend tot het hare majesteit beliefde
mee te komen naar de auto. Probeer je haar dan te pakken, dan springt ze
gewoon de zee in en draait zich om waar zij nog net kan staan en kijkt je
aan alsof ze wil zeggen: “als je me willen hebben, kom je me maar
halen” (Ep heeft een gehoorzaamheidstraining gedaan en is met vlag en
wimpel geslaagd!).
kom me maar halen
Het was
ondertussen wat later geworden en om te zorgen dat we niet koud werden
(correctie, dat ik niet koud werd), heb ik er maar flink te pas in
gehouden en werd ik gevolgd of vooruitgegaan door vijf Lhasas die er nu
uitzagen alsof ze net een vers permanentje hadden gehaald die nog niet
door was gekamd. Gelukkig scheen de zon en mijn broek begon zowaar weer
droge plekken te vertonen. Ineens stonden de monstertjes stil, neus dicht
bij de grond, zeer geinteresseerd gebogen over iets dat ik van die afstand
nog niet kon zien, maar gezien de opperste concentratie van het vijftal
kon het niet veel goeds betekenen.
mmm,
interessant
Ik
verhoogde het tempo om zo snel mogelijk in de buurt te komen, maar .....
te laat. De dames hadden eerbiedig enige stappen terug gedaan om zo Ber de
kans te geven om als eerste de eer te hebben “heerlijk” rond te
kroelen in iets. Aaaarrrghhh!! De viespeuk, de smeerpijp en nog meer van
dit soort krachttermen gingen er door me heen. Net toen ik dichtbij genoeg
was om verbaal van me te laten horen, was het de beurt aan Ep die deze eer
deelde met Pets. Soem en Roos gingen alvast dicht in de buurt
“droogoefenen” door gewoon in het zand te gaan kroelen, maar ze kwamen
toch ook gevaarlijk dicht in de buurt van wat ik nu kon identificeren als
een voor hen fijne dode stinkende vis. Wat ik toen heb uitgekraamd zullen
we hier maar niet herhalen, maar ’t was niet veel moois dat kan ik je
wel vertellen. Een goedgemikte hand zand, alle vijf de koppies keken heel
even op en ik kon de vis snel een keurige begravenis geven. De
verontwaardiging droop van de stinkdieren af. “Hup, de zee in met
jullie”, bracht ik nog net serieus uit. Inwendig kon ik ze alleen maar
gelijk geven. Wat gaat er nu boven een heerlijke stinkende vis om in te
rollen. Tuurlijk, ik probeer “honds” mee te denken en bovendien als ze
in zee zijn geweest gaan ze toch daarna onder de douche om het zoute water
uit te spoelen.
De
wandeling ging nu weer richting de strandopgang, maar nu wat meer richting
de duinen, zodat de in zee gespoelde knuffelberen nog wat konden drogen
voor ze de auto in gingen. Nou.... dat was dus een volledig fout plan,
want wie lopen er nog meer iets van zee af op het strand heen en weer te
rennen.... juist: paarden. En wat laten die hier en daar achter? Juist. En
wat kun je daar mee doen, behalve proberen “het” op te eten.....
inderdaad. Alsof een dode vis nog niet genoeg was geweest, ging wederom
Ber heerlijk in een paar verse paardevijgen liggen rollen. Gelukkig was ik
nu dichter in de buurt en kon ik vermijden dat de bende pogingen tot een
extra snack deed, want dat is vanwege alles wat er in zit gewoon niet goed
voor ze, maar dat weten ze zelf niet. Maar Ber, die stonk, dat wil je niet
geloven en er stonden allemaal stukjes stro rechtop in zijn anders zo
voorbeeldige jasje. En toen ik nog eens goed keek, meende ik een stralende
glimlach op dat smoeltje te zien. Zo kon hij natuurlijk niet mee in de
auto, maar de rest was droog en redelijk schoon. Ik besloot om iedereen
vervroegd aan de riem te doen. Toen iedereen z’n riempje weer om had
zijn we weer richting de zee gelopen. Daar heb ik alle honden laten liggen
en heb Ber bij kop en kont gepakt en hem pardoes in het kikkerbadje
gegooid. “Ga jij je nog maar een keer wassen”!. Tuurlijk de rest was
wel wat jaloers, de riemen stond redelijk strak, maar uiteindelijk konden
we met z’n allen de auto in en hoefden de ramen niet open om te
overleven.
Thuis
ben ik gauw naar boven gerend, heb de badkamer leeggeruimd en heb de hele
bende in één keer naar binnen gehaald. Met een paar gieters shampoo en
water en een hele stapel handdoeken roken alle viervoetertje binnen een
half uur niet meer naar dode vis of paardevijgen en was het halve strand
via het afvoerputje weer op weg terug naar waar het vandaan kwam. Omdat
twee van de vijf snuiters ook nog volledig in vacht zijn omdat ze buiten
deze capriolen ook nog af en toe op show verschijnen duurde het nog een
paar uurtjes voordat alle kapsels weer in orde waren. En toen we ’s
middags om 4 uur een rondje liepen, zei een buurman nog: “wat zien jouw
hondjes er toch altijd mooi en netjes uit”. Hij had ons die ochtend eens
moeten zien... |