Kruimeltje
Hallo
lieve lezers en lezeressen. Tijdens mijn avondsurftochten over het de
grote zee der websites, vond ik op een site een heel zielig verhaaltje
over een hondje dat gekocht was bij wat in de volksmond een
"broodfokker" wordt genoemd. En geloof mij nou maar dat zijn
geen mensen die broden fokken ofzo. Ik raad je aan een zakdoek klaar te
leggen of het verhaaltje in de keuken te lezen bij het snijden van een
uitje (kan je dat als excuus voor je tranen gebruiken). Ik ben blij dat ik
geboren ben in een warm mandje net als mijn zusjes en dat onze mama's en
papa's ook een goed leven hebben. Maar zoals je zult lezen staan niet alle
mandjes op zulke goeie plekken, nee...... soms zijn er niet eens mandjes.
Een
knuffel van Barrey

Het
korte leventje van Kruimeltje
"Van
de plek waar ik geboren ben kan ik me niet meer zoveel herinneren. Het was
er klein en donker en er speelde nooit eens iemand met ons. Ik herinner me
mijn mama nog wel en haar zachte vachtje, maar ze was vaak ziek en ook
heel mager. Ze had ook maar weinig melk voor mij en mijn broertjes en
zusjes. De meesten zijn ook zomaar dood gegaan. Toen ze mij bij mama
weghaalden was ik heel bang en ook verdrietig. Ik had nog niet eens
melktandjes en ik had mama nog zo nodig. Arme mama, het ging heel slecht
met haar. De mensen zeiden dat ze nu wel eens geld wilden zien en dat het
gehuil van mijn enige zusje en mij hen op de zenuwen werkte.
Op
een dag werden mijn zusje en ik in een doos gestopt en weggebracht. We
zijn dicht tegen elkaar aan gekropen, ik voelde dat we allebei beefden van
angst. Er kwam helemaal niemand om ons te troosten. Al die vreemde
geluiden en nieuwe geurtjes – we zitten in een Dierenwinkel waar ze heel
veel verschillende dieren verkopen. Sommigen miauwen, sommigen piepen en
weer anderen fluiten. We horen ook het gehuil van andere pupjes. Mijn
zusje en ik blijven dicht tegen elkaar aan zitten in het kleine hokje
waarin we nu zitten. Vaak komen er mensen lang die naar ons kijken. Soms
ook kleine mensen die er heel vrolijk uitzien en met ons willen spelen.
Dag na dag zitten we in ons kleine hokje. Soms pakt iemand ons op en houdt
ons omhoog om ons goed te bekijken. Sommigen zijn wel aardig en aaien ons,
anderen zijn gemeen en doen ons zeer. Vaak horen we: “Oh, die is leuk,
die wil ik hebben”, maar daarna gaan die mensen weer weg.
Vanacht
is mijn zusje dood gegaan. Ik heb mijn hoofd op haar zwakke lichaampje
gelegd en gevoeld hoe het leven uit haar dunne lijfje verdween. Toen ze
haar ’s morgens uit het hokje haalden zeiden ze dat ze ziek was geweest
en dat ik maar met korting verkocht moest worden, zodat ik snel weg zou
zijn. Niemand hoorde mijn zachte gehuil toen mijn zusje weggegooid werd.
Vandaag
is er een gezin gekomen en die hebben met gekocht! Nu komt alles goed! Het
zijn hele aardige mensen, die helemaal echt waar voor mij hebben gekozen.
Ze hebben lekker voer gekocht en een mooie bak erbij en het kleine meisje
draagt me heerlijk tegen haar aan in haar armen en de vader en moeder
zeggen dat ik een heel lief en braaf hondje ben. Ze hebben me Kruimeltje
genoemd. Ik mag mijn nieuwe familie zelfs likken, het is geweldig. Ze
leren me heel geduldig wat ik wel en niet mag en ze passen heel goed op
me. Ik krijg heerlijk te eten en heel veel liefde. Ik wil niets liever
doen dan lief zijn voor deze geweldige mensen en niets is leuker dan met
het kleine meisjes te stoeien en te spelen.
Eerst
bezoek aan de dierenarts. Dat was een vreemde plaats, ik vond het heel
eng. Ik kreeg een paar prikken. Mijn beste vriendin, het kleine meisje,
hield me veilig vast en zei dat alles ok was. Toen voelde ik me weer
wat rustiger. De dierenarts scheen mijn lieve baasjes iets vervelends te
vertellen, ze zagen er heel bedrukt uit. Ik ving iets op over zware
afwijkingen en Dysplasie E en nog iets over mijn hart. Hij had het over
onverantwoorde fokkers en dat mijn ouders nooit op gezondheid waren
getest. Ik begreep er niet veel van, maar het was vreselijk om mijn
baasjes zo treurig te zien.
Nu
ben ik zes maanden oud. Mijn leeftijdsgenootjes zijn gezond en sterk, maar
bij mij doen alle bewegingen zeer. De pijn gaat ook nooit weg. En dan raak
ik ook nog gelijk buiten adem als ik met het kleine meisje wil spelen. Ik
wil zo graag een sterke hond zijn, maar het lukt gewoon niet. De baasjes
praken vaak over me. Mijn hart breekt als ik ze allemaal zo treurig zie.
In
de tussentijd ben ik heel veel bij de dierenarts geweest en steeds weer
zegt hij dat het “genetisch” is en dat er niets aan te doen is. Ik zou
zo graag buiten in de zon met mijn baasjes spelen, zou willen rennen en
springen. Het gaat niet. Vanacht was het zelfs zo erg als het nog nooit
geweest is. Ik kon niet eens opstaan om iets te drinken en kon alleen nog
maar huilen van de pijn.
Ik
wordt de auto in gedragen. Iedereen huilt. Het is zo raar, wat is er toch
aan de hand. Ben ik stout geweest? Willen ze me uiteindelijk toch niet
hebben? Nee, nee, ze aaien en knuffelen me nog steeds heel lief. Ach, als
de pijn nou toch maar even ophield. Ik kan niet eens de traantjes van het
gezicht van het kleine meisje aflikken, gelukkig kan ik nog net bij haar
hand komen. De tafel bij de dierenarts is koud. Ik ben bang. Mijn baasjes
huilen in mijn vachtje, ik voel hoeveel ze van me houden. Met veel moeite
lukt het me om hun handen te likken. De dierenarts neemt de tijd vandaag
en is heel aardig, de pijn lijkt ook wel wat minder. Het kleine meisje
houdt me dicht tegen haar aan, een klein prikje............heerlijk, de
pijn wordt minder. Ik voel me heel vredig en dankbaar. Een droom: ik zie
mijn mama, mijn broertjes en mijn zusjes op een grote groene weide. Ze
roepen me, dat er bij hen geen pijn is, alleen vrede en geluk. Zo zeg ik
vaarwel tegen mijn mensenfamilie op de enige manier dat ik het kan: met
een klein zacht blafje en lik over een hand.
Ik
wilde heel graag veel gelukkige jaren bij hen blijven, het mocht niet zo
zijn. In plaats daarvan heb ik ze zoveel zorgen gegeven. Het spijt me, ik
was maar “handel”.
Kruimeltje"