De tong van de Lhasa
het
“duizen-dingen-doekje
Des
morgens om een uur of zeven
Begint
een Lhasa tong te leven
Eerst
een warming-up, dat moet en dus
Verschijnt
het lapje in een langgerekte lus
Het
schudt, het trilt en fladdert wat rond
Verdwijnt
vervolgens weer volledig in de mond
Hé daar
is het baasje, hoera we gaan uit
Even
bedanken, de lap uit de snuit
En alsof
dat nog niet genoeg is, zal het ondertussen
Proberen
je volledig kleddernat te kussen
Dan
buiten op het nog natte gras
Even
snuffen en likken wie er hier voor jouw was
Een
takje, een blaadje we zoeken in ieder hoekje
alles
wordt even aangeraakt met het duizend-dingen-doekje
Dan naar
binnen voor het ontbijt
De tong
die zich als waterlepeltje van zijn taken kwijt
Uren
spelen, vliegen en ballen vangen
Waarbij
het lapje als airco buitenboord blijft hangen
’s
Middags wordt het tijd jezelf te badderen
Het roze
washandje blijft maar heen en weer fladderen
Tussen
de teentjes, je moet alles wassen
Vooral
de buik, vaak wat nat van het plassen
Alles
alles klaar is bedelen om een lekker koekje
En dan is er een uurtje rust voor het duizend-dingen-doekje
|